7. Van rollen naar samenspel

les dramatische vorming - een rol spelen - dramatisch conflict - mime - karaktertrekken spelen - creatief spel - afspraakspelen © Walter Roozendaal - www.muzemuzette.com - klik hier voor meer informatie

Drie dieren in één verhaal

  • De dieren reageren op elkaar vanuit hun karaktertrekken.
  • Een kort en krachtig toneelstukje maken met deze reacties.
  • Daarbij blijven de karaktertrekken het uitgangspunt voor de reacties, niet het dier of de rol.
  • Karaktertrekken blijven herkenbaar in klank en beweging: je kan ze zien en horen.

Uitleg

Als een beer een katje tegenkomt krijg je in het echt een heel kort verhaal.
De beer doet BAF, poesje plat, klaar.
In een stripverhaal gaat dat anders: 0llie B. Bommel reageert niet als beer op Tom Poes, maar als deftige eigenwijze heer op een heel slimme vriend. En daar kan je honderden verhalen mee maken.

Opdracht

  • Vorm de subgroepjes van de vorige les: drie verschillende dieren met drie verschillende karaktertrekken.
  • Maak een heel kort toneelstukje, waarin je laat zien hoe de dieren elkaar tegenkomen en op elkaar reageren vanuit hun karaktertrekken. Wel nog steeds met dierengeluiden!
  • Maak er een kort verhaaltje van. Bijvoorbeeld: eerst komt het ene dier het andere tegen, daarna komt het derde erbij. In elke ontmoeting gebeurt er iets korts en duidelijks, daarna is het afgelopen. En de ontmoetingen zijn  net als in een stripverhaal: de dieren doen alles vanuit hun karaktertrekken.
  • Spreek het zo duidelijk af, dat je de volgorde en de reacties straks precies kan navertellen, en eventueel nog een keer kan spelen.
  • Het is in ieder geval niet de bedoeling, dat de dieren alsmaar om elkaar heen blijven draaien en alsmaar op elkaar reageren, zonder dat daar een volgorde in zit.
  • Spreek dus ook een duidelijk einde af.

Oefenen

Onderbreek het oefenen eventueel meermalen om de leerlingen nog eens te stimuleren (zie de afspraken daarover):

  • De reacties op elkaar horen bij de karaktertrek. Net als in de stripverhalen, niet 'echt'.
  • Laat de eigenschappen aldoor duidelijk zien en horen.
  • Houdt het verhaal kort en krachtig.
  • Zonodig: afspraak was: geen lange achtervolgingen of eindeloze gevechten!

Laten zien

  • Alle drietallen laten hun korte spel zien.
  • Kijkopdracht: blijven alle reacties zo veel mogelijk bij de karaktertrekken passen?

Van dieren naar mensen

  • De krachtige en compacte dierenpantomime vertalen in even krachtig en compact toneelspel, met behoud van de karaktertrekken.

Opdracht

  • Maak van de ontmoeting tussen de dieren nu een toneelstuk van mensen in een menselijke situatie.
  • Je speelt nu een mens met dezelfde karakertrek als je dier van daarnet.
  • Die karaktertrek kan je, net als bij het dier, bij de mens ook zien en horen.
  • De ontmoetingen en de reacties zijn net zo als het dierenverhaal.
  • De volgorde van de gebeurtenissen is ook hetzelfde.

Voorbeeld: "Dolle stier raast over konijnenholletje van verlegen konijn, strenge leeuw straft stier" wordt "Dolle Hell's Angel raast met motor door zandbak van verlegen kleutertje en wordt door strenge politieagent ingerekend."

Oefenen

Onderbreek opnieuw het oefenen, eventueel een paar keer. Stimuleer:

  • Welke rol speel je nu, wat voor soort mens, en hoe speel je daar de karaktertrek bij?
  • Bewaar zo veel mogelijk de dierenbewegingen en klank in de menselijke rol.
  • Want ook bij mensen kan je de eigenschappen duidelijk zien en horen.
  • En ook dit stukje kan kort en krachtig zijn.

Laten zien

  • Wanneer er voldoende tijd is laten alle groepjes liefst eerst het dierenverhaal nog een keer zien, voor ze de 'vertaling' naar een menselijke situatie spelen
  • Kijkopdracht: kan je het oorspronkelijke stuk herkennen:
    • Klopte de volgorde van de gebeurtenissen?
    • Kan je ook de karaktertrekken herkennen?
    • En hoe zat het met dat duidelijk laten zien en horen van de karaktertrekken en dat kort en krachtig spelen van het verhaal?

En hoe nu verder?

Er is nu voldoende materiaal en voldoende ervaring om de leerlingen bewust te maken van het Wie-Wat-Waar-schema en hoe je daarmee kwalitatief goed toneelspel kan maken. In feite hebben ze, in de ontmoeting, een klein dramatisch conflict ontwikkeld. Wat ik in kindertermen Het Grote Vraagteken noem. De volgende les is dus een theorieles daarover.