8.8. Auteursrechten

© Walter Roozendaal - www.muzemuzette.com - en Janine Slijkhuis - www.janineslijkhuis.nl - klik hier voor meer informatie

De auteurswet geeft de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst het exclusieve recht op publicatie en openbaarmaking van het werk.

Werk

Een werk van letterkunde, wetenschap of kunst kan van alles zijn. Een volledige lijst is te vinden in de auteurswet uit 1912. Voor muziektheater is het belangrijk om te weten dat onder de bescherming van het auteursrecht ook vallen:

  • Boeken (incl. brochures, nieuwsbladen etc.)
  • Toneelstukken
  • Muziektheaterstukken (dus opera’s, musicals en operettes)
  • Muziekwerken (met of zonder tekst)
  • Ontwerpen, schetsen (dus bijvoorbeeld ook een decorontwerp of logo)
  • Tekeningen, schilderijen en beeldhouwwerken
  • Mondelinge voordrachten
  • Fotografische werken
  • Filmwerken

Publiceren en vermenigvuldigen

Het auteursrecht geeft de maker van een ‘werk’ het exclusieve recht om het werk te vermenigvuldigen of te publiceren. Voor het opvoeren (=publiceren) van een musical of het kopiëren van het script is dus toestemming van de maker vereist. De meeste makers hebben dit via een auteursrechtenbureau geregeld. Ze hebben hun rechten overgedragen aan het bureau. Die houden bij wie het werk speelt en geven licenties uit om het stuk op te voeren en scripts en bladmuziek te kopiëren. Aan deze licenties kunnen allerlei voorwaarden worden gesteld. Informeer altijd bij het auteursrechtenbureau wat wel en niet mag. Zo mag je bijvoorbeeld in veel musicals geen scènes schrappen of scènes bijschrijven.

Het auteursrecht bepaalt dus eigenlijk dat je niet zonder toestemming van de maker of de rechthebbende een bestaand werk mag uitvoeren. In de praktijk betekent dit dat je de maker (of zijn vertegenwoordiger) een vergoeding moet betalen in ruil voor het recht om het werk uit te voeren.
Als de maker is overleden, dan gaat het auteursrecht over naar de erfgenamen. Pas zeventig jaar na het overlijden van de maker vervalt het auteursrecht op het werk van de maker.
Voor een toneelstuk van Shakespeare of muziekstuk van Mozart hoef je dus geen toestemming te hebben om dat uit te voeren. Maar als je een moderne vertaling van Shakespeare gebruikt, dan rust op die vertaling weer wel auteursrecht.
Ook voor het bewerken van een boek of film tot een musical moeten auteursvergoedingen worden betaald aan de auteur(s) van het oorspronkelijke werk. Door de bewerking ontstaat weer een nieuw werk (waar dus ook weer auteursrechten op rusten). Omdat het geen eigen originele oorsprong heeft, heeft de maker van de bewerking toestemming nodig van de maker van het boek of de film waarop deze bewerking is gebaseerd, om dit nieuwe stuk te mogen opvoeren.
Ook wanneer je bestaande muziekstukken gebruikt voor de bewerking van een boek of film moet er toestemming worden verkregen om deze muziek te gebruiken.

De maker van het werk moet dus toestemming geven om het werk uit te voeren. Aan deze toestemming kan de maker (of zijn vertegenwoordiger, bijvoorbeeld een auteursrechtenbureau) voorwaarden stellen. Betaling van een vergoeding is heel normaal. Vaak rekent men rond de 10% van de kaartverkoop met een minimumbijdrage. Deze prijzen liggen overigens niet vast. Het is aan de maker of zijn vertegenwoordiger om de prijs te bepalen. Daarnaast kunnen er ook eisen worden gesteld aan de manier waarop er reclame moet worden gemaakt, of de auteur moet worden genoemd op poster en programmaboekje. Veel auteurs verbieden ook aanpassingen aan hun werk. In dat geval mag je dus geen wijzigingen aanbrengen.

Een voorbeeld:
Je schrijft zelf een musicalbewerking van het boek Pluk van de Petteflat van Annie M.G. Schmidt. Hiervoor maak je gebruik van liedjes van Ivo de Wijs.
Voor de opvoering van deze musical moet je als bewerker in eerste instantie zelf toestemming geven. Daarnaast is er toestemming nodig van de erven van Annie M.G. Schmidt voor het gebruik van het boek Pluk van de Petteflat en toestemming van Ivo de Wijs voor het gebruik van zijn muziek.