6.4. Geluid

© Walter Roozendaal - www.muzemuzette.com - en Janine Slijkhuis - www.janineslijkhuis.nl - klik hier voor meer informatie

Het geluidsplan is in mijn ervaring het meest kwetsbare onderdeel. Met name het verstaanbaar houden van alle zangers (dus ook het koor) en de balans tussen allerlei instrumenten en stemmen is lastig. Pas op de generale blijkt of alles werkt!

Leg de geluidstechnicus voor welke geluidsbronnen er allemaal zullen zijn, en waar je je voorstelt dat ze vandaan komen.
Een slagwerker in een combo, op een praktikabel hoog achterop het toneel, kan iedere andere regeling van geluid onmogelijk maken, omdat je dat slagwerk hoe dan ook in alle microfoons meekrijgt — en dus niet zachter kan zetten. En iets anders harder zetten helpt dan niet. Daar moet misschien een speciaal doorzichtig scherm voor gezet worden (wisten de decorontwerper en de lichtontwerper dat ook?).
Iets dergelijks geldt voor de balans tussen koor en solisten bij de zang. Wordt het koor voldoende mee versterkt? Zijn kleine zinnetjes die koorleden zonder eigen microfoon hardop spreken voldoende verstaanbaar?

Een eeuwige bron van misverstanden en ongenoegen zijn de monitors op het toneel. Zangers hebben behoefte aan geluidsversterking van de begeleiding, zodat ze die zelf ook onder het zingen blijven horen, maar ze moeten ondertussen ook zichzelf goed blijven horen. Dat is een delicate balans — en het is absoluut noodzakelijk dat er tijd wordt genomen om die balans goed af te stellen. Een dirigent en een groep moeten een geluidstechnicus die tijd ook gunnen.

Zorg verder voor een goed en haalbaar plan voor de zangmicrofoons en/of zendermicrofoons (inclusief de financiering daarvan):

  • Waar staat welke microfoon wanneer en wie zet die klaar?
  • Wie draagt wanneer welke zendermicrofoon, en wanneer, waar en onder begeleiding van wie wordt er tussen spelers gewisseld?

Wisselen vraagt per speler om een zeer zorgvuldige behandeling van kwetsbare apparatuur, en kost dus veel tijd èn hulp van een volwassene! En wanneer staat de zender aan en wanneer uit – en weer aan?