4. Nog enkele spelvormen

vertelles en les dramatische vorming - werkvormen dramatische vorming © Walter Roozendaal - www.muzemuzette.com - klik hier voor meer informatie

Naast en uit de verschillende werkvormen uit hoofdstuk 1 zijn er ook speciale spelvormen, die je goed in een dramacompositie kan toepassen.

Tunnel van de gedachten (Gedachtengang)

Deze spelvorm leent zich er uitstekend voor om even stil te staan bij een onderwerp en daar gedachten over te verzamelen. Vaak gaat het over een keuze, of over het belangrijkste spanning gevende element. Het is een inspirerend voorbeeld van ‘de mantel van de expert’: een beroep doen op alle toehoorders en hun kennis, ervaring, visie. Ik heb de vorm vaak en met veel plezier toegepast, en me laten verrassen door de onverwachte schitterende gedachten van mijn publiek!

De toehoorders gaan staan in twee rijen tegenover elkaar, met een smal pad (de tunnel) tussen de twee rijen in.
De verteller staat aan één van de uiteinden en zegt:

‘Ik ben (naam van de rol), en ik (beschrijf voor welke situatie, keuze of probleem je staat). Ik moet daar goed over nadenken, en ik heb er heel veel gedachten over. Jullie (de toehoorders die langs de tunnel staan) hebben allemaal één van die gedachtes. Ik loop nu door de tunnel van de gedachten, en telkens als ik bij iemand langskom zegt die hardop een gedachte...’

De verteller loopt door de ‘tunnel’ en geeft iedereen de gelegenheid om één gedachte hardop te zeggen.
Geef, als de spelvorm niet bekend was, ook wat ontsnappingsmogelijkheden. Dezelfde gedachte kan best twee keer terugkomen (dat doe je in werkelijkheid toch ook vaak: rondcirkelen rond dezelfde gedachte). Soms zeggen de eerste mensen, die zich wat overrompeld kunnen voelen, iets als ‘Ik weet het niet, wat moet ik hier nou over denken’. Sta dat rustig toe, de groep als totaal komt vanzelf wel met voldoende materiaal.
Aan het eind van de tunnel draait de verteller zich om, richt zich weer tot de toehoorders en zegt:

‘Ik was (naam van de rol),  en ik (vat nogmaals kort de situatie, keuze of het probleem samen). Ik heb daar diep over nagedacht. En ik had heel veel gedachten! Bijvoorbeeld (beloon de toehoorders door een aantal van hun gedachten samen te vatten). Uiteindelijk denk ik dan dit: (geef de conclusie waar het verhaal verder mee gaat).

Vragenstoel (karakterstoel, rol-interview)

Deze spelvorm staat onder veel namen bekend. Het gaat om het ontwikkelen van een rijk beeld van één van de rollen uit het verhaal. De hoofdpersoon wordt meestal duidelijk genoeg neergezet --- of misschien juist wel niet tè duidelijk, zodat iedereen zich er vanuit zichzelf in kan inleven.
Dus juist voor de andere rollen, zoals de belangrijkste tegenspeler van de hoofdrol, of misschien juist wel van een leuk bijfiguur, kan je de spelvorm goed gebruiken.

  • Eén toehoorder vertegenwoordigt de rol die we willen bekijken.
  • Die kan aan de anderen vragen stellen over zijn/haar rol (geeft telkens iemand een beurt).
    Er ontstaat zo het begin van een gezamenlijk opgebouwd beeld.
  • Daarna wordt het omgedraaid: de speler van de rol geeft anderen een beurt om een vraag over de rol te stellen, die de speler dan beantwoordt.
  • Zo ontstaat een steeds completer beeld van de rol.
  • Het werkt extra mooi wanneer de speler steeds meer ook de rol echt gaat spelen (niet ‘Hoe is hij?’ maar ‘Hoe ben ik?’) --- maar kijk of dat in jouw situatie een reële vraag is, het is meestal al voldoende wanneer er een gezamenlijk beeld ontstaat.
  • De verteller gaat in het verdere verloop uit van het zo ontstane beeld.
  • Eventueel: allen kiezen een plek in de ruimte, nemen de gestalte van de rol aan, en spelen één of meer handelingen van de rol.

Conversatie (theevisite, vergadering, roddel)

Ook in deze vorm verzamel je de beelden, gedachten, gevoelens van de toehoorders: wat hebben ze voor zich gezien of meegemaakt, wat vinden ze daar van? Het is een gelegenheid om commentaar te geven op het verhaal.

  • Maak subgroepjes.
  • Geef ze een rol: jullie zijn de buren, de omstanders, de slachtoffers, de gemeenteraad, de politieagenten, ..., ... . Dat kan voor elk groepje dezelfde rol zijn, bijvoorbeeld: jullie zijn allemaal de bewoners van het stadje.
  • In het subgroepje ontmoeten de rollen elkaar (theevisite, een bankje in het park, een vergadering, ..., ...), en bespreken ze de situatie.
  • Geef eerst alle groepjes in het begin van de discussie/uitwisseling de gelegenheid het gesprek op te bouwen, dus materiaal te verzamelen.
  • Geef daarna elk groepje een korte beurt om een deel van het gesprek hardop met alle anderen te delen.

Interview

Dit is een variatie op de conversatie, waarbij één duidelijk de rol van vragensteller heeft. Je kan een groep bijvoorbeeld in tweetallen verdelen: interviewer en ondervraagde. Of een interviewer een reportage laten maken bij een spelersgroep uit het verhaal. Maar dat kunnen bijvoorbeeld ook omstanders, buurtgenoten, toevallige voorbijgangers zijn.

Net als bij de converstie kan je na een eerste 'op-gang-kom en oefenfase' tweetallen om de beurt een stukje interview laten horen.

Forumtheater

Deze theatervorm is rond 1970 ontwikkeld door de Braziliaanse theatermaker Augusto Boal. Hij bedoelde het als een spelvorm, waarin mensen die onderdrukt worden gedrag kunnen oefenen waarmee ze zich kunnen bevrijden.

  • Twee of meer spelers spelen/improviseren een korte scène uit het verhaal. Eén van hen is ondergeschikt aan de ander.
  • Daarna spelen ze dezelfde scène nog een keer. Maar nu mogen de toeschouwers het spel onderbreken (‘STOP’ roepen) wanneer ze het niet eens zijn met wat de ‘ondergeschikte’ doet. Degene die Stop riep geeft een alternatief aan, een andere manier van gedrag.
  • De spelers spelen de scène opnieuw, en proberen uit of het voorgestelde alternatief beter is.
  • Òf ze nodigen degene die Stop riep uit om even te ruilen met de speler, en zelf het gedragsalternatief uit te proberen.

Schrijven in de rol, tekenen in de rol, enz.

Naast spel- en werkvormen uit de dramatische vorming kan je natuurlijk ook de andere disciplines van de cultuureducatie inzetten. Bijvoorbeeld:

  • Een dagboekfragment of brief van één van de verhaalfiguren kan interessant zijn, zeker  wanneer je dat schrijft vanuit een ander perspectief dan het vanzelfsprekende van de verteller of hoofdpersoon.
  • Een muurkrant maken.
  • Een journaal-item spelen en opnemen.
  • Een beeld schetsen van de omgeving waar het verhaal zich afspeelt, eventueel: een décor ontwerpen.