1.1. Plezier

© Walter Roozendaal - www.muzemuzette.com - en Janine Slijkhuis - www.janineslijkhuis.nl - klik hier voor meer informatie

‘Als ze maar plezier hebben’ is vaak maar een stukje van het verhaal. Wat wordt daar eigenlijk mee bedoeld?
Misschien heb je vooral sociaal-emotionele bedoelingen, zoals:
Ik wil een plek bieden:

  • met een leuke vrijetijdsbesteding,
  • waar jongeren zich vrij kunnen uiten,
  • waar ze zich thuis voelen, welkom voelen, op hun plaats,
  • waar ze heerlijk samen kunnen zingen, dansen, spelen.

Op zich zijn dat uitstekende uitgangspunten!

Maar soms zit er achter die uitspraak ‘Als ze maar plezier hebben’ eigenlijk hulpeloosheid om als amateurbegeleider jonge spelers vooruit te helpen en ze daadwerkelijk te leren kwaliteit te ontwikkelen. Dan ben je inderdaad al blij wanneer ze er plezier in hebben.
Misschien gebruik je jouw enthousiasme en jouw inspirerende voorbeeld als middelen om jongeren te stimuleren. Je kunt in elk geval aangeven wanneer je hun spel/zang/dans vindt kloppen, of wanneer er iets mist. Misschien heb je niet de middelen van een professionele leraar om uit te leggen hoe spelers het moeten aanpakken om het anders te doen, maar je kan wel duidelijk maken wat je anders zou willen.
Op zo’n moment is plezier een fantastische motor! Plezier garandeert in elk geval een soort overgave, een soort maximale inzet — en daarmee ook de maximaal haalbare kwaliteit van dat moment.

Amateurbegeleiders van zo’n proces kunnen veel voor elkaar krijgen, wanneer ze een creativiteitbevorderende omgang voorleven. Bijvoorbeeld:

  • nooit afkeuren of eisen (‘nee, dat was fout, ik wil nu zien dat je…!’) maar altijd stimuleren (‘hoe zou het er uitzien wanneer we dit eens proberen?’),
  • andere mogelijkheden als experiment aanbieden en niet als voorschrift,
  • in een warming-up of tussendoor ook een spontaniteitbevorderend spelletje doen,
  • enthousiast meeleven met vooruitgang, en die ook benoemen,
  • kinderen en jongeren bewust maken van hun rol wanneer ze publiek zijn voor elkaar: echt aandacht geven, meeleven en in feedback nooit een tip geven zonder een top (nooit kritiek geven zonder minstens een groter compliment, nooit alleen een fout benoemen maar altijd ook een positieve suggestie geven).

In een jeugdmuziektheatergroep waar de doelstellingen rond plezier een grote rol spelen, moet je je afvragen hoe je om wil gaan met audities.
Is iedereen in principe welkom, en zijn audities dan eigenlijk wel nodig? Of test je wel iets van de zang-, dans- en spelvaardigheden, maar laat je in principe iedereen toe?
Het lijkt in de praktijk soms wel zo te werken – maar je houdt audities niet alleen als een soort toelatingsexamen. Het werkelijke doel van een auditie is dat je ziet wat je spelers in huis hebben, zodat je een rolverdeling kan maken — en iedereen op een zo goed mogelijke plek krijgt.
Audities hoeven dan misschien ook niet individueel afgenomen te worden. Een auditie zou ook de vorm van een groepsles kunnen hebben. Dan worden niet alleen spel-, zang- en dansvaardigheden zichtbaar, maar ook sociale vaardigheden. Daar berust een creativiteitbevorderende omgang op!
Misschien houd je alleen maar audities om te laten voelen, dat je een ‘echte’ muziektheatergroep bent?
In hoofdstuk 2 schrijf ik meer over audities.